Un autre "ancien", Orhan Güllüdað habite toujours près de Charleroi. Il
est fier de sa famille et de ses 6 enfants, tous diplômés d'université.
Il raconte : "En 1964, je suis arrivé
avec un contrat de travail en main. Les autorités belges et les
diplomates turcs nous ont accueilli à l'aéroport. On nous a installé
dans les dortoirs comme il y en avait dans les casernes militaires. On
ne connaissait rien de la Belgique, de sa langue, de sa culture.
On nous a confisqué nos passeports afin d'empêcher qu'on aille
travailler ailleurs. Car il y avait des trafiquants d'être humains et
de main d'œuvre qui venaient de l'Allemagne et des Pays- Bas pour
proposer du travail mieux payé. Au début, on avait peur en des-cendant
dans les mines. Puis, on s'est habitué. Ainsi, j'ai travaillé 21 ans.
Quand j'ai été retraité, nous ne pouvions pas rentrer en Turquie parce
que les enfants continuaient leurs études. J'ai tout fait pour qu'ils
ne soient pas comme moi, analphabète… J'ai tout fait pour qu'ils
profitent des moyens existant en Belgique pour faire des études. C'est
cela que tous les Turcs devraient faire… " Ce
mineur qui a passé sa vie sous la terre a, aujourd'hui, des enfants
dont un ingénieur, une chimiste, une candidate pharmacienne
etc… Quand on écoute un homme pareil, on se
pose des questions : Il se dit "reconnaissant"! Mais qui doit être
reconnaissant et à qui ? Ses enfants le lui sont certainement, ils le
disent. Quant à la Turquie et à la Belgique, la reconnaissance existe
certainement dans les cœurs, mais comment le lui dire ?.. En tout cas,
comme on le voit sur la photo, le petit-enfant dans les bras, le
sourire fier, l'homme est heureux de se trouver encore à côté de sa
femme, parmi ses enfants qui sont des véritables cadeaux à ses deux
pays. Un autre ouvrier des mines, Mehmet Kurt raconte
: "Nous sommes arrivés en bus après un voyage
de 6 jours depuis la Turquie. On nous a accueilli en chansons. On nous
a installé dans les camps. Une semaine plus tard, nous sommes descendus
dans les mines. C'était incroyable. Il y avait des chevaux qui tiraient
les chariots à des centaines de mètres en dessous de la terre. Au
début, on avait tellement peur que l'on voulait s'évader. Mais on a eu
honte d'y penser. Nous avons travaillé et en travaillant, nous nous
sommes habitués…" Kurt pense que les Turcs de
Belgique ne sont pas suffisamment intégrés, ils sont trop renfermés. Il
dit qu'il était un jeune homme de 22 ans à son arrivée. Il a bien vécu
avec les belges "qui nous aiment"… Il parle les trois langues
officielles de Belgique mais il est certain qu'il y a beaucoup à faire
pour l'intégration. A bon entendeur,
salut… "Chaque fois qu'on descendait dans les
mines, c'était comme si nous allions vers la mort. Chaque fois que nous
en sortions et nous voyions le soleil briller, c'était comme si on
renaissait" disait un des anciens. "Nous
étions très pauvres", ajoutait un autre. "Les jeunes d'aujourd'hui ne
savent pas ce que c'est d'être pauvre. Or moi, en travaillant dans les
charbonnages, chaque fois que je donnais un coup de hache, je pensais à
la pauvreté que j'ai connu en Turquie de l'époque. Je vous assure, à
chaque coup de hache, je pensais à ma pauvreté qui m'a conduit vers les
mines de la Belgique…" Een andere "ancien",
Orhan Güllüdað woont nog steeds in de buurt van Charleroi. Hij is trots
op zijn familie en zijn zes kinderen, die alle zes een universitair
diploma hebben. Hij vertelt: "In 1964 ben ik
aangekomen met een werkcontract in de hand. De Belgische autoriteiten
en Turkse diplomaten stonden ons op te wachten op de luchthaven. We
werden geïnstalleerd in slaapplaatsen zoals in militaire
kazernes. We wisten niets van België, van de taal, van de cultuur. Onze
paspoorten werden ons afgenomen om te verhinderen dat we elders zouden
gaan werken. Want er waren mensensmokkelaars uit Duitsland en Nederland
die arbeiders zochten om hen beter betaald werk voor te stellen.
In het begin, hadden we schrik om af te dalen in de mijn. Later werden
we het gewoon. Ik heb er 21 jaar gewerkt. Toen ik op pensioen ging,
konden we niet terugkeren naar Turkije, want de kinderen zetten hun
studies voort. Ik heb er alles aan gedaan zodat ze niet zoals ik
analfabeet zouden zijn… Ik heb er alles aan gedaan zodat ze van alle
mogelijkheden die in België bestaan om te studeren, konden profiteren.
Dat zouden alle Turken moeten doen…" Deze
mijnwerker die zijn leven onder de grond heeft doorgebracht, heeft
vandaag kinderen die ingenieur zijn, scheikundige, kandidaat-apotheker,
etc. Wanneer we deze man horen praten, stelt
men zich vragen : hij zegt "erkentelijk" te zijn! Maar wie moet wie
erkentelijk zijn? Zijn kinderen zijn hem zeker erkentelijk,
zeggen ze. Wat Turkije en België betreft, de erkentelijkheid
bestaat zeker in de harten, maar hoe moeten we dit hem
zeggen? In ieder geval, zoals men hem op de
foto kan zien, zijn kleinkind op zijn arm, een fiere glimlach, is deze
man gelukkig dat hij bij zijn vrouw mag zijn, tussen zijn kinderen die
echte geschenken aan de twee landen zijn. Een
andere mijnwerker, Mehmet Kurt vertelt : "Wij
zijn per bus aangekomen na een reis van 6 dagen vanuit Turkije. We
werden opgewacht met gezang. We werden in kampen geïnstalleerd. Een
week later, zijn we in de mijnen afgedaald. Het was ongelooflijk. Er
waren paarden die de karren voorttrokken op honderden meters onder de
grond. In het begin hadden we zo'n schrik dat we wilden vluchten. Maar
we waren beschaamd dat te denken. We hebben gewerkt en gewerkt, we zijn
het gewoon geraakt.." Kurt denkt dat de Turken
van België niet genoeg geïntegreerd zijn, ze zijn te teruggetrokken.
Hij vertelt dat hij een jonge man was van 22 jaar bij zijn aankomst.
Hij heeft goed geleefd bij de Belgen "die van ons houden"… Hij spreekt
de drie officiële talen van België maar hij is er zeker van dat er nog
veel moet gebeuren op vlak van integratie.
Een goede
verstaander… "Elke keer dat we in de
mijnen afdaalden, was het alsof we onze dood tegemoet gingen. Elke keer
dat we omhoog kwamen en de zon zagen schijnen, was het alsof we
herleefden", vertelt een van de anciens.
"We waren erg arm", voegt een andere toe. "De jongeren van vandaag
weten niet wat het is om arm te zijn. Bij elke hak die ik deed in de
mijn, dacht ik aan de armoede die ik in Turkije gekend had. Ik verzeker
u bij elke hak, dat ik aan de armoede dacht die me naar de mijnen in
België gevoerd had…"