40 ans
de présence turque en Belgique 40 jaar Turkse aanwezigheid in België
C'est en 1963 qu'ils ont commencé à venir
"officiellement", c'est-à-dire suivant les convention bilatérales, en
Belgique. Cela fait donc 40 ans. L'équipe
d'"Anadolu" rencontre, depuis quelques mois, les Turcs arrivés en
Belgique dans les années 60. Enfin, on rencontre ce qu'il en reste…
Nous réalisons une série de reportages afin de mieux montrer aux jeunes
"le point de départ" des Turcs en Belgique. Et dans cette édition
spéciale, nous avons voulu vous parler, avant tout, de la "première
génération", "unique responsable", selon certains, du bien et du mal
! Ils ne sont plus jeunes. Elles sont
fatiguées. Mais ce qui est certain, c’est qu’aucun d’eux ne s'interroge
sur la question de savoir s’il a bien fait de quitter les terres
natales. Nous en avons rencontré une centaine, pas un seul n'a exprimé
de regrets. Ils commencent toujours à raconter
leur histoire en précisant bien la date d'arrivée: "Je suis venu en
Belgique le 13 ème jour du 7 ème mois de l'année 1963…"
Un jour et une date
inoubliables… Ils n'aiment pas faire le bilan
du passé. Ils disent qu'ils n'ont pas eu le temps de regarder en
arrière pour faire le bilan. Ils étaient trop occupés et maintenant, de
toute façon, il est trop tard pour en
faire! Regardez la photo de l'homme qui se
trouve à côté du titre, en haut de la page: Ce monsieur s'appelle
Zülkarniyin Tanrýseven. Nous avons adoré cette photo de "typique" de la
première génération. Or, lui, il préférait se présenter autrement.
Quand il a appris que nous ferions des photos, il est allé chez lui
pour "se changer, se raser et mettre une cravate"…
Zülkarniyin Tanriseven nous a raconté
que, lorsqu'il est arrivé en Belgique, en 1963, après un voyage qui a
duré 16 jours, il était complètement perdu :
"C'était bien difficile. Nous ne connaissions ni langues, ni chemins,
ni droits… On a travaillé dans les mines sans se poser trop de
questions…" Il souriait
: "J'ai travaillé 18 ans dans les charbonnages.
Mon fils est devenu mon chef. Un jour, je me suis disputé avec un
Italien à qui on avait appris des in-sultes en turc pour me faire une
blague. On a beaucoup travaillé mais, à l'époque, on n'avait pas les
moyens d'aujourd'hui pour apprendre les langues. D'où la blague a mal
tourné, je l'ai mal prise. Suite à cette dispute, j'ai été renvoyé,
licencié par le chef… par mon fils, quoi !.. Mais je l'avais bien
mérité… Le fiston avait raison de faire son boulot correctement, c'est
cela que je lui avais toujours appris…"
Tanriseven finissait ses paroles en disant : "Vous savez, c'est toute
une vie… Nos familles, nos enfants, nos petits-enfants sont en
Belgique. La Turquie me manque toujours mais quand j'y suis, c'est la
Belgique qui me manque… Ainsi, avec l'amour de deux pays dans nos
cœurs, nous arrivons lentement vers la fin de notre
vie…" Quelques jours après avoir publié ce
reportage de Zülkarniyin Tanriseven, nous avons appris son décès. Il
était arrivé à la fin de sa vie. Son cœur qui portait "l'amour de deux
pays" s'était arrêté brusquement. Une autre personne que
nous avons rencontrée est une mère de famille : Fatma Demirkan. Ella a
62 ans. Son mari est venu en Belgique en 1964 et elle l'a suivi avec
les enfants en 1966. Elle avait 6 enfants lorsqu'un jour, un
responsable du charbonnage a frappé à sa porte. Quand elle l'a ouverte,
elle a vu, à l'arrière-plan, les autres ouvriers, les amis de son mari.
Elle a tout de suite compris. Le coup de grisou… Son mari, "son Recep"
n'était plus. Elle était veuve à 32 ans. Voici comment elle résume tout
cela : "Mon Recep me disait souvent qu'un
accident pouvait arriver et dans ce cas, je devais tout faire pour les
enfants. Le pire est arrivé. Je ne me suis pas arrêtée, j'ai toujours
travaillé. Je me suis consacrée aux enfants qui ont fait leurs études.
Aujourd'hui j'ai 17 petits-enfants. La Belgique nous a beaucoup donné
mais elle m'a pris mon Recep, mon homme, mon amour... Ainsi a voulu
Dieu…" Het was in 1963 dat ze
"officieel" begonnen toe te komen in België, namelijk na de sluiting
van de bilaterale akkoorden. 40 jaar geleden
dus. Het team van "Anadolu" ontmoet sinds
enkele maanden de Turken die in België toegekomen zijn in de jaren 60.
We ontmoeten beter gezegd wie er nog van overblijft. We maken een serie
reportages om aan de jongeren het "beginpunt" van de Turken in België
te tonen. En in deze speciale editie, willen wij u vooral vertellen
over de "eerste generatie", die volgens sommigen "verantwoordelijk" is
voor alle goed en kwaad! Ze zijn niet jong
meer. Ze zijn vermoeid. Maar wat zeker is, is dat geen enkele onder hen
zich vragen stelt over het feit of ze er goed aan gedaan hebben hun
vaderland te verlaten. Wij hebben er een honderdtal ontmoet, geen
enkele van hen heeft spijt. Ze beginnen hun
verhaal altijd met de precisering van de datum van hun aankomst : "Ik
ben in België toegeko-men de 13de dag van de 7de maand van het jaar
1963.." Een onvergetelijke dag en
datum… Ze houden er niet van de balans van het
verleden op te maken. Ze zeggen dat ze geen tijd hadden om naar het
verleden te kijken om een balans op te maken. Ze waren te druk bezig en
nu is het toch te laat ! Kijk even naar de foto
van de man, die zich naast de titel bevindt, bovenaan de pagina : die
mijnheer heet Zülkarniyin Tanrýseven. We hielden van de foto van dit
"typisch karakter" van de eerste generatie. Hij verkoos echter zich
anders voor te stellen. Wanneer hij vernam dat we foto's wilden nemen,
is hij naar huis gegaan om "zich te verkleden, zich te scheren en een
das aan te doen"… Zülkarniyin Tanriseven
vertelde ons dat, wanneer hij in België toekwam, in 1963, na een reis
van 16 dagen, hij helemaal verloren was : "Het
was best moeilijk. We kenden de talen niet, de weg niet, onze rechten
niet… We hebben in de mijnen gewerkt zonder al te veel vragen te
stellen…" Hij glimlacht :
"Ik heb 18 jaar in de mijn gewerkt. Mijn zoon
is mijn chef geworden. Op een dag had ik ruzie met een Italiaan aan wie
men Turkse scheldwoorden geleerd had om mij op stang te jagen. Wij
werkten veel in die tijd maar we hadden niet de mogelijkheden van
vandaag om talen te leren. Vandaar dat ik de grap slecht opnam. Na die
ruzie, werd ik ontslagen door mijn chef.. mijn zoon dus!.. Maar
ik had het verdiend.. Mijn zoon had gelijk dat hij zijn werk correct
wilde doen, ik had hem dat trouwens altijd
geleerd..." Tanriseven eindigt met de woorden:
"Weet u, het is een leven op zich.. Onze families, kinderen,
kleinkinderen zijn in België. Ik mis Turkije nog altijd maar wanneer ik
daar ben, mis ik België… En zo, met de liefde voor de twee landen in
ons hart, naderen we stilaan het einde van ons
leven…" Enkele dagen na de publicatie van deze
reportage met Zülkarniyin Tanriseven, hebben we zijn heengaan vernomen.
Hij was aan het einde van zijn leven gekomen. Zijn hart dat de "liefde
voor twee landen" in zich droeg, had het plots
opgegeven. Een andere persoon die wij
ontmoetten, was een moeder : Fatma Demirkan. Zij is 62 jaar. Haar man
is naar België gekomen in 1964 en zij is gevolgd met de kinderen in
1966. Zij had zes kinderen toen op een dag, een verantwoordelijke van
de mijnen aan de deur klopte. Wanneer ze de deur opendeed, zag ze, op
de achtergrond, de andere arbeiders, vrienden van haar man. Ze had het
direct begrepen. Haar man, "haar Recep", was niet meer. Ze werd
weduwe op haar 32ste. Ze vatte alles zo samen :
"Mijn Recep zei me dikwijls dat een ongeval
altijd kon gebeuren en dat in dat geval ik alles moest doen voor de
kinderen. Ik ben niet gestopt, ik heb altijd gewerkt. Ik heb me
opgeofferd zodat mijn kinderen konden studeren. Ik heb ondertussen 17
kleinkinderen. België heeft ons veel gegeven maar ze heeft me mijn
Recep, mijn man, mijn grote liefde ontnomen… God heeft het zo gewild.."