Louis
Michel ü Wat denkt u van de relaties tussen
België en Turkije? Zouden die niet beter kunnen ?
ü Onze relaties zijn vruchtbaar en aangedreven
door een erg opmerkelijke positieve dynamiek. De laatste drie jaar,
waren er meer directe contacten dan in de 20 jaar daarvoor. Deze
contacten waren vooral talrijk tijdens het Belgisch voorzitterschap van
de EU en trouwens intens en constructief. In de loop van de laatste
maanden, heb ik talrijke contacten gehad met de Turkse leiders, de
Heren Erdoğan en Gül. Werkgroepen werden opgericht en bespreken
politionele alsook militaire en gerechtelijke onderwerpen.. Op dit
laatste punt zou de dialoog inderdaad nog verbeterd kunnen
worden. Hoedanook, onze bilaterale relaties
zijn zeer goed en we zijn voorstander van hun voortzetting en
intensifiëring. ü Iedereen, bij de Europese
leiders, zegt dat Turkije haar plaats heeft in de EU. We weten allen
dat sommigen dat oprecht menen terwijl er anderen zijn die er zelfs
niet aan denken. Volgens onze informatie hebt u zich zelfs erg
opgewonden over dit onderwerp tijdens de top van Kopenhagen. Wat zegt u
daarop? ü Het is waar dat ik altijd al een
fervent voorstander ben van de toetreding van Turkije tot de Unie. Ik
ben ervan overtuigd dat Turkije haar plaats heeft in de Europese Unie
en dat België zich geweerd heeft, tijdens de top van Kopenhagen zodat
een datum voorgesteld zou worden waarop zou kunnen nagegaan worden of
de openingsvoorwaarden voor de toetredingsonderhandelingen vervuld
zijn.Het is dus in het licht van deze criteria van "Kopenhagen"
(economische en politieke criteria) dat de Unie in december 2004
zal nagaan of de onderhandelingen kunnen beginnen. Ik
stel vast dat sinds haar erkenning als kandidaat-lid in 1999, Turkije
continu inspanningen geleverd heeft om het acquis communautaire te
inte-greren. Belangrijke wetgevende hervormingen hebben plaatsgevonden.
Vooruitgang werd geboekt op het gebied van bescherming van minderheden,
mensenrechten... Ik heb met kracht het "religieuze"
argument bestreden, dat recentelijk opgeworpen werd om de plaats van
een moslimstaat in Europa in twijfel te trekken. Eerst en vooral omdat
ik Turkije als een lekenstaat beschouw, een onpartijdige staat.
Vervolgens omdat dat argument me gedateerd lijkt op een moment waarop
iedereen het eens is over de noodzaak tot dialoog tussen de
beschavingen. De islam is een respectabele godsdienst. Enkel de
integristische elementen van een godsdienst die de onpartijdigheid van
de staat in gevaar brengen, zijn onaanvaardbaar, maar dat geldt voor
alle godsdiensten. Turkije kan het land zijn
dat het begrip tussen de beschavingen en culturen vergemakkelijkt. Ze
kan de rol spelen van bemiddelaar tussen het westen en de moslimwereld.
Europa moet erover waken dat de scheiding tussen kerk en staat
onomkeerbaar is en moet erop letten dat de staat haar seculiere
karakter behoudt wanneer het leger de macht die ze heeft, zal opgegeven
hebben.ü Behalve haar kandidatuur voor de EU en
het feit dat ze lid is van de NAVO, aan wat denkt u als u Turkije
observeert? ü Ik denk in eerste instantie aan haar
potentieel voor de toekomst : Turkije beschikt over vele capaciteiten :
een prachtig, uitgestrekt land, een getalenteerde bevolking, die haar
wortels heeft in een rijke geschiedenis en gediversifieerde cultuur.
Het economisch, politiek, cultureel, toeristisch, filosofisch,
demografisch potentieel van Turkije blijft onontgonnen en onvoldoende
geëxploreerd; ik ben ervan overtuigd dat het zich op een verstandige
manier zal ontwikkelen.Ik zie ook een gastvrij, genereus, warm en
vredelievend volk. Wij werken hard en
belangeloos voor ons tijdschrift dat gepubliceerd wordt in België. Het
doel is de integratie van Turken in België (die al grotendeels Belg
geworden zijn) te onder-steunen maar ook de dialoog tussen onze volken,
onze landen. Door dit werk te doen, steunen we sterk op de
democratische, seculiere, humane waarden die de nalatenschap van
Mustafa Kemal Atatürk vormen, omdat we ervan overtuigd zijn dat men
deze principes meer dan ooit moet volgen en verdedigen. Wat zegt de
naam Atatürk u? ü Mustafa Kemal Atatürk
belichaamt vandaag de dag nog altijd het republikeinse ideaal van een
samenleving waar staat en kerk duidelijk gescheiden zijn, waar wij,
vernieuwers, op aansturen, door voor te stellen in onze Grondwet
het principe van onpartijdigheid van de Staat in te schrijven,
wat niet wil zeggen een Staat zonder godsdienst(en) maar een neutrale
staat wat betreft de keuzes en filosofische en religieuze overtuigingen
van ieder individu, wat betreft hun levensstijl en hun persoonlijke
opvatting over waardigheid, geluk en
ontplooiing. Dat wil voor ons zeggen een
benadering van het maatschappelijk leven met respect voor de
mensenrechten en de gelijkheid tussen man en vrouw en een weg naar
verzoening van de islam en de westerse levensstijl, met rechten
toegekend aan allen en bijgevolg ook plichten. Dat wil ook zeggen een
harmonieuze samenleving gebaseerd op de waarden van vrijheid,
gelijkheid van kansen, gedeelde verantwoordelijkheid en
solidariteit.ü Het terrorisme is een onderwerp
dat ons evenzeer bezighoudt als u, temeer daar niet enkel Turkije
problemen gekend heeft en een enorm verlies aan mensenlevens door deze
gesel, maar ook een persoon die schreef voor ons magazine, een oud
minister van Cultuur van Turkije, een universiteitsprofessor en
journalist, Prof. Ahmet Taner Kışlalı is vermoord geworden door
gewapende islamitische terroristen die door het regime in Iran
gesteund worden. Denkt u dat de samenwerking tussen de Europese
landen voldoende is om deze dreiging te verslaan? Doet u genoeg om de
landen die het terrorisme ondersteunen en waarvan u de identiteit kent,
te ontmoedigen? ü U hebt gelijk als u het
gevaar van het terrorisme onderstreept. Geen enkel argument kan
rechtvaardigen dat men een aanslag pleegt op het leven of de
integriteit van mannen, vrouwen of onschuldige kinderen die hun
dagdagelijkse bezigheden verrichten. Turkije heeft daaronder geleden.
Europa heeft ook zijn aandeel gekend in dodelijke
aanslagen. Het is een feit dat de
Europese landen meer en meer samenwerken om deze gesel te bestrijden.
Onder het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie, na de
aanslagen van 11 september, werd het Europees aanhoudingsmandaat op
punt gezet, werd het raambesluit dat de repressie van
terroristische daden harmoniseert, aangenomen en werd de samenwerking
tussen Europese politiediensten en Europese anti-terreureenheden
versterkt. Nieuwe veiligheidsmaatregelen werden opgezet betreffende het
transport. De repressie van de financiering van het terrorisme werd
eveneens versneld door de meer systematische uitwisseling van
informatie tussen de financiële toezichtsorganen en door de oprichting
van gemeenschappelijke lijsten van terroristische organisaties en
individuen. Een efficiënte strijd tegen het
terrorisme vereist natuurlijk dat landen en regeringen het eens zijn
over deze prioriteit en dat ze op eenduidige manier optreden in hun
respectie-velijke invloedssferen. Anders kunnen toevluchtsoorden
ontstaan, die mogelijk worden door internationale divergenties en
spanningen. Dat was een fundamentele reden om een internationale
coalitie op te richten. Als voorzitter van de Ministerraad van de
Europese Unie heb ik daar persoonlijk toe bijgedragen door een
aantal moslimhoofdsteden te bezoeken. Ik vond dat we met de betrokken
landen een serieuze, diepgaande dialoog moeten aangaan over de
strijd tegen het terrorisme alsook over de onder-werpen die het geweld
voeden en die terroristische aanslagen aanmoedigen. Wat is
uw boodschap aan de Turken en Belgen van Turkse origine en aan de
Turken van Turkije die zich in principe eigenlijk niet zo ver van
Brussel bevinden? ü De boodschap die ik aan allen zou
willen richten is een boodschap van vriendschap, verdraagzaamheid,
steun en bereidheid tot dialoog. Voor de eersten zou
ik zeggen dat België een multiculturele en multiconfessionnele
maatschappij is en dat de dialoog meer dan ooit nodig
is. Het eerste principe waarop een echte
dialoog van culturen gebaseerd is, is de evenwaardigheid van alle
culturen, hun roeping om zich te vermengen en om elkaar te verrijken in
een geest van verdraagzaamheid en wederzijds respect. Het tweede
basisprincipe, dat onlosmakelijk is van het eerste, is de noodzaak tot
culturele diversiteit, het recht op verschil en identiteit. De dialoog
moet leiden tot de herbevestiging van de universele normen en waarden
die we samen willen opstellen. Enkele honderdduizenden Turken hebben
hun geluk in België gevonden en hebben zich geïntegreerd tot Belgische
onderdanen. Hun aanwezigheid op de hoogste echelons van onze
samenleving, tot in het Parlement toe, is het bewijs van hun talent en
van het succes van hun integratie. Voor de
tweeden, houd ik eraan om mijn vastberadenheid en mijn engagement ten
voordele van de toetreding tot de Europese Unie te bevestigen alsook
mijn steun aan het aan gang zijnde hervormingsproces dat in een
nabije toekomst deze toetreding mogelijk zal maken